
J.F. Martel, Reclaiming art in the age of artifice, 2015, met een nawoord van Martel uit 2024 en een voorwoord van Donna Tartt uit 2025.
Kunst is een manier om contact te maken met jezelf, de ander en het universum waar we deel van uit maken. Martel stelt het rigoureuzer: ‘Kunst is de naam die we hebben gegeven aan de meest primaire reactie van de mensheid op het mysterie van het bestaan. Het was in het aangezicht van dat mysterie dat dans, muziek, poëzie en schilderkunst werden geboren.’
Over de invloed en macht van kunstmatigheid, A(G)I, en in het bijzonder ‘AI-generated art’ valt veel te zeggen (wat Martel uitgebreid doet), maar menselijk contact blijft de niet te evenaren kern van een waardevol leven -wat minder vanzelfsprekend is dan het op het eerste gezicht lijkt. Het interessante van Martel is dat hij hierin voor kunst een belangrijke plaats inruimt: ‘Ware kunst, ware schoonheid is niet mooi. Het is een scheur in de façade van het alledaagse, een plotselinge openbaring van de krachten die onder de oppervlakte van de dingen broeien.’.
De kunstenaar is, volgens de door Martel aangehaalde Oscar Wilde, vrij om alles uit te drukken. Martel voegt hier apolitiek en vrij van moralisme aan toe. In hoeverre dat mogelijk of zelfs wenselijk is (denk aan een uitspraak van Hannah Arendt; ‘Political issues are far too important to be left to politicians’), vraag ik me af. Belangrijker is dat Martel heel duidelijk is over de invloed van economische en politieke belangen op (veronderstelde) kunst en hoe dat sluipenderwijs ons leven is binnengedrongen. Denk aan regimes die ‘kunst’ misbruiken voor eigen belangen, maar vooral aan hoe we in ons dagelijks leven verleid worden door snelle consumptie en afgeleid worden om vooral niet te lang stil te staan bij wat er werkelijk toe doet. Het komt er uiteindelijk op neer dat het uiten, het laten zien en ervaren van wat woorden (gewone spreektaal) overstijgt, essentieel is voor een gezonde, zo je wil spirituele, samenleving. Zoals ook de moed hebben om de (onvermijdelijke) schone schijn te doorbreken, onszelf en elkaar hier ruimte in te geven en verrast te worden door wat er ontstaat en ontstaan is.
Een kunstwerk is dan ook pas levend als de beschouwer, inclusief de kunstenaar zelf, zich er vrij toe kan verhouden. Sterker: zál verhouden -desnoods door zich ervoor af te sluiten.
Martel geeft verschillende voorbeelden van kunst die op deze manier heeft gewerkt met Shakespeare als bekend voorbeeld, maar ook Virginia Woolf, Werner Herzog, Stanley Kubrick, Herman Melville, Rubens, etc., en stelt dat kunst ook een profetische kant heeft die de kunstenaar zelf overstijgt. ‘Alleen door kunst kunnen mensen de archetypische krachten die het universum vormgeven, uitdrukken en delen.’ Martel bedoelt dit onmiskenbaar esoterisch en waarschijnlijk is hij mede daardoor overtuigend in het veronderstellen en benoemen van verschillende lagen in een kunstwerk.
Samengevat: een aanrader om wakker te worden en te blijven in een wereld waarin niet alleen de kunst bedreigd wordt, maar (daarmee) ook onze ruimte tot verwonderen, niet te weten en nieuwsgierig te onderzoeken.

Dave Eggers, Contrapposto, 2026.
Een boek dat heerlijk wegleest, maar op den duur ook wat te gemakzuchtig. Hij kan schrijven natuurlijk, maar dan!?
Spoiler: aan het eind van het boek voelt het -uitgaande van vakantiestemming- voor de korte termijn wel bevredigend. Niet onbelangrijk, want het gaat over het (kunst)leven zelf. Over de verschillende kanten in onszelf die met elkaar strijden en in discussie gaan, hoe de ene kant het voortouw neemt en dan weer de andere, maar ook en vooral hoe het op de één of andere manier telkens zijn weg vindt, zijn contrapposto.
Ja, ook iets in mij wil uitvliegen, ontdekken, verwonderen, ergens iets van vinden of toch maar niet … een andere kant wil rust, simpelweg observeren, niet te moeilijk doen. Goed om af te wisselen en deze twee kanten elkaar in toom te laten houden. In die zin lijkt het op de twee hoofdpersonen, maar in Contrapposto vallen de hoofdpersonen elkaar uiteindelijk ‘voor eeuwig’ in de armen en worden ze ook nog eens door een bewonderend publiek getekend.
Wat ik heb gemist, is (existentiële) diepgang ten aanzien van het maken en waarderen van kunst, waarmee het -voor mij- een wat al te gemakkelijke ‘klassieker’ is geworden met een ‘happy end’ voor de (worstelende) kunstenaar.